Politie in de fout met rollenbank

Gepubliceerd op 28 februari 2007, 16:56
Laatst bijgewerkt op 28 februari 2007, 16:59

Hilversum -  Bron Gooi en Eemlander

Brom- en snorfietsers die de eerste maanden van dit jaar een bekeuring hebben gekregen omdat hun voertuig bij een controle op een rollenbank te snel zou zijn, komen met de schrik vrij. Het Openbaar Ministerie heeft opdracht gegeven alle bekeuringen te vernietigen, omdat de gebruiksaanwijzing van dit jaar in gebruik genomen rollenbanken niet deugt. Het gaat om ruim 300 processen-verbaal. In 68 gevallen ging het om zeer zware overtredingen.



Alle politiedistricten hebben de in totaal 203 rollenbanken van de merken Dynostar en Sneet tijdelijk ongebruikt in de kast staan. Het OM heeft hun gevraagd even een pauze in te lassen. Met ingang van 1 januari wordt de constructiesnelheid van de motor via een omrekeningsfactor gemeten in kilowatts (kW). Volgens Leo Maat van het bureau Verkeershandhaving kan dat niet met de oude analoge apparatuur. Die moest daarom worden vervangen. Het Nederlands Meet Instituut (NMI) heeft de nieuwe rollenbanken gecertificeerd, maar bij gebruik kwam men er al snel achter dat de gebruiksaanwijzingen niet juist zijn. ,,Het maakt nogal wat uit of je alleen de bromfiets op de rollenbank zet of dat je zoiets doet met de berijder erop'', aldus Maat. ,,Hierdoor is de discussie ontstaan of de rollenbanken wel goed worden gebruikt.''

In het district Utrecht is de apparatuur door het scooterteam tweemaal ingezet. ,,Alle verbalen zijn geseponeerd'', aldus politiewoordvoerder Hans Meuleman. ,,We wachten nu op certificatie.'' In de regio's Gooi en Vechtstreek en Flevoland zijn de nieuwe rollenbanken nog niet ingezet, meldt woordvoerder Evert Onink. ,,Bij het instrueren van de agenten ontdekten we dat de handleiding niet klopte.''


nieuwe eisen bromfietsen
4 kW op de nokkenas


Inrichtingseisen van bromfietsen aangaande de constructiesnelheid welke zijn opgenomen in het Voertuigreglement:
Artikel 1.1 onder m Voertuigreglement geeft de definitie van een bromfiets, die luidt:
m. bromfiets: motorrijtuig op twee of drie wielen, met een door de constructie bepaalde maximum snelheid van niet meer dan 45 km/h, uitgerust met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm 3 of met een elektromotor en niet zijnde een gehandicaptenvoertuig; motorrijtuigen die op de in artikel 5.6.1, tweede lid, bedoelde wijze zijn voorzien van één of twee gele of oranje platen, dan wel gele of oranje vlakken, worden mede als bromfiets aangemerkt; als bromfietsen worden voorts aangemerkt vierwielige motorrijtuigen:
a. met een ledige massa van minder dan 350 kg, de massa van de batterijen in elektrische voertuigen niet inbegrepen,
b. met een door de constructie bepaalde maximum snelheid van niet meer dan 45 km/h, en
c. uitgerust met een verbrandingsmotor met elektrische ontsteking met een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 of uitgerust met een ander type motor met een netto maximum vermogen van ten hoogste 4 kW;

( volgens  de Hilversumse officier van justitie mr C.R. de Rooij  is die 4 kW op de nokkenas, dat is volgens hem een heel andere norm dan de achteras, laat nou de meeste bromfietsen en scooters geen nokkenas hebben,  ja het honda-tje waar hij op reed zeker. )
Bron:  Gooi en Eembode  7 augustus 2003  Hans.


Artikel 5.6.8 Voertuigreglement luidt:
1. Bromfietsen die zijn geconstrueerd voor een maximum snelheid van ten hoogste 45 km/h, moeten bij voortduring blijven voldoen aan deze door de constructie bepaalde maximum snelheid.
2. Bromfietsen die zijn geconstrueerd voor een maximum snelheid van ten hoogste 25 km/h, moeten bij voortduring blijven voldoen aan deze door de constructie bepaalde maximum snelheid.
3. Onze Minister stelt regels vast omtrent de wijze van meten van de in het eerste en het tweede lid bedoelde snelheden (Dat is de Regeling Permanente Eisen zie hieronder. toev: vdL.).
Regeling permanente eisen, Hoofdstuk 3. Permanente eisen niet-keuringsplichtige voertuigen, Titel 4. Bromfietsen
Afdeling 2. Motor § 1. Wijze van meten van de door de constructie bepaalde maximum snelheid. Artikel 3.4.6a RPE luidt:
De door de constructie bepaalde maximum snelheid wordt gemeten door meting van het vermogen aan het aangedreven wiel, met dien verstande dat het vermogen wordt herleid tot de door de constructie bepaalde maximum snelheid overeenkomstig de tabel in bijlage 6 bij deze regeling.
Regeling permanente eisen, Bijlage 6 Bijlage behorend bij artikel 3.4.6a RPE luidt:
Herleiding van het vermogen tot de door de constructie bepaalde maximum snelheid
Vermogen in kW Constructiesnelheid in km/h
0,1 __ 23,58
0,2 __ 32,69
0,3 __ 38,48
0,4 __ 43,36
0,5 __ 47,66
0,6 __ 51,12
0,7 __ 54,18
0,8 __ 56,95
0,9 __ 59,51
1,0 __ 61,58
1,1 __ 64,04
1,2 __ 66,13
1,3 __ 68,08
1,4 __ 69,91
1,5 __ 71,64
1,6 __ 72,33
1,7 __ 74,95
1,8 __ 76,50
Vanwege eerdere regelgeving betreffende het vermogen van brom- en snorfietsen werden door de politie vermogenstestbanken gebruikt. Door de wetgever, het ministerie van Verkeer & Waterstaat, werd, in overleg met de Dienst voor het Wegverkeer (RDW) en RAI TNO Delft, besloten om voor het vaststellen van de maximumconstructiesnelheid die gemeten moet worden aan het aangedreven wiel diezelfde vermogenstestbanken te gebruiken en in de regelgeving een herleidingtabel op te nemen. E.e.a. is zoals men heeft kunnen zien neergelegd in de Regeling Permanente Eisen bij het Voertuigreglement.
Van belang is te onderkennen dat het gaat om het afgegeven vermogen gemeten aan het aangedreven wiel en niet het vermogen van de motor. Dit laatste vermogen kan en mag hoger zijn zolang de bromfiets maar blijft voldoende aan de maximumconstructiesnelheid (bijvoorbeeld: zoals eerder opgemerkt door een ander koppel).
Artikel 130 lid 4 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie geeft aan het College van Procureurs-Generaal van het Openbaar Ministerie de mogelijkheid om aanwijzingen te geven.
Wet op de rechterlijke organisatie, Hoofdstuk 4. Het openbaar ministerie Afdeling 2. Inrichting Artikel 130 Wet RO
1. Er is een College van procureurs-generaal.
2. Het College staat aan het hoofd van het openbaar ministerie.
3. Het College bestaat uit een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal van ten minste drie en ten hoogste vijf procureurs-generaal. Bij koninklijk
besluit wordt een van de procureurs-generaal benoemd tot voorzitter van het College voor een periode van ten hoogste drie jaar. Hij kan eenmaal worden
herbenoemd.
4. Het College kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven betreffende de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie.
Voor de opsporing van feiten betreffende de maximumconstructiesnelheid is er ook een dergelijke aanwijzing. Uiteraard kan een dergelijke aanwijzing de wettelijke bepalingen niet veranderen. De aanwijzing bevat regels voor de politie en het OM hoe om te gaan met gevallen waarin een overtredingen van de regels betreffende de maximumconstructiesnelheid zijn geconstateerd. Daarnaast is er een richtlijn van datzelfde College waarin de strafvorderingeisen (transacties en boetes ter terechtzitting) worden bepaald.
De herleidingstabel is in overleg met de RDW en RAI TNO vervaardigd en vervolgens opgenomen in de wettelijke regelingen
Hieronder vindt u de; Aanwijzing voor het opsporings- en vervolgingsbeleid ten aanzien van de bepalingen betreffende de maximumconstructiesnelheid voor brom- en snorfietsen
Geldigheidsduur 01-01-2006

Achtergrond:
Door het op 10 december 1997 in werking getreden besluit van 24 november 1997, houdende wijziging van het Voertuigreglement (Stb. 1997, 603) is de richtlijn nr. 95/01/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 2 februari 1995 betreffende de door de constructie bepaalde maximumsnelheid, het maximumkoppel en het netto-maximumvermogen van twee- of driewielige motorvoertuigen (PbEg 8 maart 1995, L 52) in het Voertuigreglement geïmplementeerd. Omdat deze richtlijn geen vermogenslimiet stelt, doch slechts de methode waarop het netto-maximumvermogen moet worden bepaald kan het Voertuigreglement geen vermogenslimiet meer voorschrijven. Het zwaartepunt voor brom- en snorfietsen ligt bij de door de constructie bepaalde maximumsnelheid, welke beslist niet hoger mag liggen dan 45 km/h dan wel 25 km/h (art. 5.6.8 VR). Blijkt die snelheid overschreden te kunnen worden, dan is dat een indicatie dat de brom- of snorfiets is opgevoerd. Daarom is dan ook bepaald, dat de maximale constructiesnelheid bij voortduring niet overschreden mag worden. Voor de meting van deze snelheid kan gebruik worden gemaakt van de aangepaste en opnieuw geijkte rollentestbanken. In de overgangsfase van vermogenstestbank naar rollentestbank kan gebruik worden gemaakt van de in de Staatscourant d.d. 6 februari 1998 gepubliceerde herleidingstabel, die als bijlage 1 bij deze aanwijzing is gevoegd.


Samenvatting:
Deze aanwijzing bevat normatieve beleidsregels voor het opsporings- en vervolgingsbeleid ten aanzien van de bepalingen betreffende de door de constructie bepaalde maximumsnelheid voor brom- en snorfietsen.

Opsporing:
1. De rollentestbank
In het algemeen kan een voertuig als brom- of snorfiets worden aangemerkt zonder dat een technisch onderzoek behoeft plaats te vinden; voldoende is de consta****** dat het voertuig op de voorgeschreven wijze is voorzien van een gele of oranje plaat c.q. vlakken. Mocht op een voertuig ten onrechte een gele of oranje plaat c.q. vlakken worden gevoerd dan kan daartegen op grond van artikel 5.1.4 VR worden opgetreden.
Controle van brom- en snorfietsen dient in principe niet door technisch onderzoek, maar door het gebruik van de rollentestbank plaats te vinden. De tijdwinst die wordt geboekt door het niet meer uit hoeven voeren van een technisch onderzoek kan voor extra controles met de rollentestbank worden benut. Het onmiddellijk ter plaatse bekeuren en de kans om binnen korte tijd opnieuw gecontroleerd te worden moet de bestuurders van brom- en snorfietsen er toe aansporen om hun voertuig bij voortduring te laten voldoen aan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid. Gegeven de grotere pakkans is het niet aangewezen iedere brom- en snorfiets in beslag te nemen indien niet is voldaan aan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid. Inbeslagneming in deze gevallen zou ertoe leiden dat de tijdwinst geboekt met de meting op de rollentestbank, verloren zou gaan bij de afhandeling van de inbeslagneming.
2. Voertuigreglementfeiten
Afdeling 6 van hoofdstuk 5 van het Voertuigreglement bevat de permanente eisen waaraan bromfietsen dienen te voldoen. Zonder onderzoek naar de cilinderinhoud is het mogelijk om voor de meeste gedragingen, die zijn opgenomen in de bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet Mulder), een administratieve sanctie op te leggen.
Een onderzoek naar de cilinderinhoud zal wel moeten plaatsvinden in de volgende gevallen:
Voert geen gele / oranje plaat / vlakken 5.6.1, lid 1, sub c VR
Voert ten onrechte een gele / oranje plaat / vlakken 5.1.4 VR
Het voertuig had een gele plaat / vlakken moeten voeren 5.1.4 VR maar voert een oranje plaat / vlakken
Bij de opsporing dient er vanuit te worden gegaan, dat elk motorvoertuig op twee of drie wielen, dat een gele of oranje plaat c.q. vlakken voert, een brom- c.q. snorfiets is. Bij het voeren van een gele of oranje plaat c.q. vlakken verdient vervolging ter ***e het niet voldoen aan de voor brom- en snorfietsen geldende technische voorschriften de voorkeur. Slechts indien het door de uiterlijke kenmerken van het voertuig duidelijk is dat het geen brom- of snorfiets kan zijn, zal door middel van een technisch onderzoek naar de cilinderinhoud worden nagegaan of de gele / oranje plaat c.q. vlakken ten onrechte wordt gevoerd.
Wanneer duidelijk is dat ten onrechte een gele of oranje plaat c.q. vlakken is / zijn aangebracht, wordt een administratieve sanctie opgelegd ter ***e van artikel 5.1.4 VR en proces-verbaal opgemaakt ter ***e van geconstateerde strafbare feiten zoals o.a. rijden zonder rijbewijs en kentekenbewijs.
Indien een brom- of snorfiets betrokken was bij een verkeersongeval kan niet worden volstaan met het bepalen van de cilinderinhoud. Er dient een technisch onderzoek naar het voldoen aan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid plaats te vinden.
3. Inbeslagneming
Indien bij het meten van de maximumsnelheid met behulp van de rollentestbank wordt geconstateerd dat niet bij voortduring wordt voldaan aan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid geldt het beleid ten aanzien van inbeslagneming van opgevoerde brom- en snorfietsen zoals in het als bijlage bij deze aanwijzing gevoegde schema is aangegeven.
Dit beleid houdt in dat geen inbeslagneming van onderdelen plaatsvindt, maar enkel van het inbeslaggenomen gehele voertuig, indien dit voertuig:

niet behoort tot een goedgekeurd type of exemplaar en
de maximum constructiesnelheid boven de 55 km/h (snorfiets) of 75 km/h (bromfiets) ligt
ongeacht de aanwezigheid van oranje/gele plaat/vlakken
of
niet behoort tot een goedgekeurd type of exemplaar en
de maximum constructiesnelheid lager of gelijk is dan 55 km/h (snorfiets) of 75 km/h (bromfiets)
niet is voorzien van oranje/gele plaat/vlakken
Bij inbeslagneming dient (een schatting van) de waarde van het in beslag genomen voertuig op het beslagformulier te worden vermeld. De Officier van Justitie dient over deze informatie te beschikken indien hij de rechter om een verbeurdverklaring van de brom- of snorfiets verzoekt.
In het geval dat bij inbeslagneming van een brom- of snorfiets blijkt dat de bestuurder geen eigenaar / houder van de bromfiets is zal er tevens een proces-verbaal dienen te worden opgemaakt tegen de eigenaar / houder. Deze dient te worden gewezen op de mogelijkheid om afstand ter vernietiging te doen.

Vervolging:
Bij het controleren van brom- en snorfietsen kunnen meerdere gedragingen en overtredingen worden geconstateerd. Omdat voor de betrokkene / verdachte afdoening van één gebeurtenis langs zowel de administratiefrechtelijke als de strafrechtelijke weg tot grote onduidelijkheid kan leiden dient afdoening langs één traject uitgangspunt te zijn. Om een ongewenste cumulatie van sancties te voorkomen worden per gebeurtenis aan de betrokkene voor ten hoogste drie gedragingen een sanctie opgelegd. Indien een gebeurtenis uit gedragingen en strafbare feiten bestaat, wordt ten aanzien van de betrokkene / verdachte voor ten hoogste drie feiten een sanctie opgelegd / proces-verbaal opgemaakt. In het proces-verbaal dient melding te worden gemaakt van de opgelegde sanctie(s) en op de aankondiging van beschikking van het / de opgemaakte proces(sen)-verbaal.

Kentekening brom- en snorfietsen:
Voor zover thans bekend zal in het jaar 2003 de kentekenplicht voor brom- en snorfietsen in werking treden. Vanaf die datum worden nieuw in Nederland in gebruik te nemen brom- en snorfietsen van een kenteken voorzien. Het gestelde in deze aanwijzing geldt voor niet gekentekende brom- en snorfietsen.
Van brom- en snorfietsen die zijn voorzien van een kenteken kan de status worden bepaald aan de hand van het kenteken. In geval de opsporingsambtenaar concrete aanwijzingen heeft dat het voertuig niet voldoet aan de wettelijke maximumconstructiesnelheid wordt het kentekenbewijs op basis van artikel 60 Wegenverkeerswet 1994 en artikel 39 Kentekenreglement ingevorderd en op gestuurd naar de RDW Centrum voor voertuigtechniek en informatie. De RDW zal deze brom- en snorfietsen aan een herkeuring onderwerpen.
Overgangsrecht:
Deze aanwijzing vervangt de "Aanwijzing voor het opsporings- en vervolgingsbeleid ten aanzien van de van de bepalingen betreffende de maximumconstructiesnelheid voor brom- en snorfietsen d.d. 1 mei 1998 (Stcrt. 1998, 73)", treedt op 1 januari 2002 in werking en is van toepassing op alle overtredingen gepleegd op of na die datum.

Bijlage:
Schema voor de tweewielige bromfiets;
1. Goedgekeurd type of exemplaar.
snelheid 55 km/u of minder (snorfiets) of 75 km/u of minder (bromfiets) overtreding art 5,6,8 lid 1 en 2 voertuigenregelement, procesverbaal, geen inbeslagname.
snelheid meer dan 55 km/u (snorfiets) of meer dan 75 km/u (bromfiets)
overtreding art 5,6,8 lid 1 en 2 voertuigenregelement,
procesverbaal, geen inbeslagname.
2. Niet behorend tot goedgekeurd type of exemplaar
55 km/u of minder (snorfiets) of 75 km/u of minder (bromfiets) overtreding art 5,6,8 lid 1 en 2 voertuigenregelement, procesverbaal, geen inbeslagname.
meer dan 55 km/u (snorfiets) of meer dan 75 km/u (bromfiets)
overtreding art 5,6,8 lid 1 en 2 voertuigenregelement,
procesverbaal, inbeslaneming van het voertuig.

Zonder gele / oranje plaat / vlakken
1.Goedgekeurd type of exemplaar
55 km/u of minder (snorfiets) of 75 km/u of minder (bromfiets) overtreding art 5,6,8 lid 1 en 2 voertuigenregelement, procesverbaal, geen inbeslagname.
meer dan 55 km/u (snorfiets) of meer dan 75 km/u (bromfiets)
overtreding art 5,6,8 lid 1 en 2 voertuigenregelement, of het rijden zonder rij-kentekenbewijs
procesverbaal, controle op goedkeuringsnummer / cilinderinhoud vaststellen, geen inbeslagname.
2. Niet behorend tot goedgekeurd type of exemplaar
in alle gevallen
controle op goedkeuringsnummer / cilinderinhoud vast stellen
overtreding 5.6.1, lid 1 en 2 Voertuigreglement of rijden zonder rij- / kentekenbewijs
proces-verbaal
inbeslagneming voertuig

De kneep zit hem in het feit dat de motor veel vermogen mag hebben, maar dat het vermogen aan het aangedreven wiel in herleide/omgerekende vorm niet meer mag zijn dan max. 45 km/h (ong. 0,7 Kw). Tegenwoordig "knijpen" fabrikanten de bromfietsen door in het motormanagement het afgegeven motorvermogen te reduceren. De (slimmere) jeugd voert hun bromfiets nu ook niet meer op met een grote (spoelpoorten in de) carburateur, andere tandwielverhoudingen enz., maar wijzigt gewoon het motormanagement. De bromfiets blijft dan qua onderdelen geheel origineel. Een andere veel gebruikte methode om de scooters "op te voeren" is het plaatsen van een andere uitlaat waardoor het voertuig ineens veel sneller rijden kan.

 

 

terug  

                                                                       

november (1996)

http://nederland.klaagt.nl/politie.htm

 

De officier van justitie had een schikking voorgesteld van fl. 150,= waarmee ik het niet eens was.

 

bij deze beroep ik mij het Voertuigreglement

 

Hoofdstuk 5

afdeling 6

Bromfietsen. op Artikel 5.6.1.

 Afdeling 6. Bromfietsen.

 Artikel 5.6.1

1. Bromfietsen moeten voldoen aan de volgende eisen:

a. het identificatienummer moet op een vast voertuigdeel zijn

ingeslagen en moet goed leesbaar zijn;

b zij moeten:

1 behoren tot een door Onze Minister goedgekeurdtype

of exemplaar en zijn voorzien van:

I een constructieplaat waarop de volgende gegevens zijn vermeld:

A. de naam van de fabrikant;

B. het goedkeuringsnummer betreffende de goedkeuring van het voertuig;

C het identificatienummer van het voertuig;

D. het geluidsniveau tijdens stilstand indB(A) bij een daarbij behorend aantal toeren per minuut

 

Mijn geluidsniveau werd gemeten door de bromfiets op te tillen en vervolgens volgas te geven zonder enige weerstand, als je dat bij een solex doet overschrijd deze het geluidsniveau ook.

 

Deze bromfiets was bijna nieuw en origineel.

 

Elke burger wordt geacht de wet te kennen en zich te houden aan hetgeen wordt bepaald in de algemeen verbindende voorschriften. Het is echter niet makkelijk om wegwijs te worden in alle wetten en regelingen, die in Nederland gelden. Bovendien staan niet bij iedereen wetboeken in de boekenkast.

Ik verwacht dat ook van een politieagent, die mij eerst op de rollenbank zet en mij een bekeuring geeft voor te hoog vermogen 0,8 kW terwijl 4kw is toegestaan, als ik daar wat van zeg besluit hij tot een geluidsmeting waarvoor ik ook een bekeuring krijg volgens mij is deze geluidsmeting niet volgens de regels uitgevoerd en vraag dan ook om vrijspraak.

De rechter:  Ik denk dat er goed gemeten is maar ik geef u de minimale boete van fl. 50,=

Peter:  Voor deze boete kunnen wij niet in hoger beroep ik denk dat dat meer kost aan brieven schrijven en poszegels dus zijn we hier blij mee.