- Ingezonden mededeling -

STICHTING BELANGENBEHARTIGING

NEDERLANDSE GEPENSIONEERDEN IN HET BUITENLAND


Aan de leden van de Eerste en Tweede Kamer der Staten Generaal

Zoals bekend behartigt onze stichting de belangen van hen, die ten gevolge van de invoering van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de invoerings- en aanpassingswet daarvan, ernstig schade zullen lijden of dreigen te lijden. Wij vertegenwoordigen daarbij gedupeerden in 14 zogenoemde verdragslanden.

Wij communiceerden reeds eerder met U over deze problematiek en achten het noodzakelijk dat nogmaals te doen omdat de minister zich blijft wentelen in onjuistheden die, wanneer niet tijdig gesignaleerd, een eigen leven gaan leiden, zoals wij helaas in het verleden hebben moeten constateren.

De minister heeft altijd gemeend de toepassing van genoemde wetgeving te moeten rechtvaardigen door te verwijzen naar EU regelgeving die hem daartoe zou verplichten, hetgeen wij altijd hebben aangevochten, maar door U, in goed vertrouwen, ten onrechte, voor juist werd aangenomen.

Het is onomstotelijk komen vast te staan dat U door de minister maandenlang volstrekt onjuist bent voorgelicht en dat de zogenoemde zorgplicht in ons woonland niet bestaat doch dat wij slechts een zorgrecht hebben indien en voor zover wij daarvan daadwerkelijk gebruik wensen te maken.

Gevolg van deze opzettelijke misleiding was wel dat onze particuliere ziektekostenverzekeringen werden opgezegd zodat wij een Kort Geding tegen de zorgverzekeraars moesten aanspannen om onze rechten te verdedigen. Helaas zijn veel Nederlanders in de verdragslanden nog steeds onverzekerd doordat de zorgverzekeraars in verband met de onzorgvuldige regelgeving op dit gebied massaal de bestaande polissen konden opzeggen, zonder dat de minister noch Uw Kamer hier afdoende tegen optrad.

Als door een dief in de nacht is de site van denieuwezorgwet.nl  aan de gewijzigde situatie aangepast. Was op maandag 16 januari jl. nog sprake van de zgn. zorgplicht, op dinsdag was er ineens sprake van een recht op zorg.

Dit betekent dat wij het recht hebben ons al of niet aan te melden bij de betrokken instelling van het woonland ter verkrijging van de toegang tot de zorg die ons daar van overheidswege ter beschikking wordt gesteld. Oefenen wij dat recht niet uit, doordat wij ons daartoe niet laten registreren bij de betrokken instelling omdat wij er de voorkeur aan geven ons particulier te verzekeren, dan is die zorg niet op ons van toepassing. In dat geval is Nederland ook niet verplicht iets voor ons te betalen aan de organen van het woonland.

Hoewel de minister nu eindelijk toegeeft dat zijn wetgeving gestoeld is op een volstrekt onjuiste interpretatie van EU regelgeving, blijft hij volharden in zijn plan inhoudingen te doen op onze pensioenen. Ter rechtvaardiging hiervan begeeft de minister zich wederom op het pad van de leugen.

In de nieuwe versie van de website staat namelijk de volgende volstrekt onjuiste zinsnede:

Als Nederland deze bijdrage niet zou innen dan betekent dit dat het totaalbedrag dat Nederland betaalt aan andere verdragsstaten, waar Nederlandse gepensioneerden wonen, extra opgebracht zou moeten worden door de Nederlandse verzekerden. Dat bedrag is Nederland verschuldigd ongeacht of iemand daadwerkelijk gebruik maakt van de zorg of niet

Met deze formulering wordt de suggestie gewekt dat het de Nederlandse gepensioneerden met hun verzet tegen de nieuwe Zorgverzekeringswet erom te doen zou zijn ten koste van Nederlandse verzekerden een financieel voordeel in de wacht te slepen.

Die suggestie is niet alleen misleidend , maar ook feitelijk onjuist. Wanneer men zich niet registreert is Nederland ook geen bijdragen verschuldigd aan het woonland en kan Nederland krachtens bestaande jurisprudentie van het Hof van Justitie ook geen bijdragen heffen van de betrokken gepensioneerden.

Voor diegenen die wel gebruik wensen te maken van zorg die door het woonland ter beschikking wordt gesteld, geldt dat de door Nederland aan dit land te verrichten betalingen gebaseerd moeten zijn op de gemiddelde werkelijke kosten die in het betreffende woonland worden gemaakt in het kader van de verstrekking van zorg aan gepensioneerden.

Zonder hier in details te willen treden moet gezegd worden dat de inhoudingen op grond van de Regeling Zorgverzekeringen veel hoger liggen, zeker wanneer men daarbij in aanmerking neemt dat AWBZ bijdragen worden ingehouden voor landen waar in de meeste gevallen geen enkele dienstverlening op dat gebied aanwezig is wat wordt weerspiegeld in de afdracht aan het woonland

Wij richten ons tot U met het dringende verzoek zich niet nogmaals te laten misleiden door de onjuistheden van de minister. U hebt de laatste maanden kennis kunnen nemen van de desastreuze gevolgen van de nieuwe wetgeving op de in verdragslanden wonende gepensioneerden, welke ellende en onzekerheid voortduurt tot aan de dag van vandaag. Dit alles is het gevolg van wetgeving door U aangenomen op basis van volstrekt onjuiste informatie van de minister. Daarover kan geen twijfel bestaan.

Voor alle duidelijkheid: de tekst van de wet is als zodanig niet in strijd met het Europese recht, maar de door de minister daaraan gegeven uitleg wl: de betreffende bepalingen zijn alleen van toepassing op diegenen die zich ter verkrijging van verstrekkingen bij het orgaan van het woonland laten registreren.

Daarnaast is de lagere regeling, waarbij de hoogte van de verplichte bijdrage wordt vastgesteld, ook naar de letter genomen, strijdig met het Europese recht, omdat een bijdrage wordt opgelegd die met name door de AWBZ component in geen enkele verhouding staat met de door Nederland verschuldigde afdrachten en die mede daardoor het vrije verkeer van gepensioneerde werknemers belemmert.

Wij stellen momenteel pogingen in het werk om met de minister in overleg te treden, waarbij wij hem per brief hebben gewezen op de feiten. Het zal U niet bevreemden te vernemen dat hij daarop nog steeds niet reageert behalve door te blijven zeggen dat de bestaande inhoudingen in stand zullen blijven. Indien, zoals wij vrezen, onze pogingen tot een gesprek niet het gewenste resultaat hebben, zullen wij, later deze week, een dagvaarding doen uitgaan teneinde bij de rechter ons gelijk te halen.

Hoogachtend,

Namens de Stichting Belangenbehartiging
Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland.

C.H. van der Wiel - Voorzitter.